Schrijf mee aan onze toffe thriller!

Een toffe thriller, dat zou toch wat zijn… Onze toffe schrijver Kees Kuijper (o.a. bekend van zijn korte verhalen in TOF magazine) is begonnen aan een toffe thriller, die zich afspeelt op Goeree-Overflakkee. En het mooiste is… jullie mogen de thriller afmaken! Het is een TOF doorgeefverhaal!

De spelregels:

Bij het lanceren van een doorgeefverhaal ontkomen we niet aan een aantal spelregels:

  1. Voorstellen kunnen worden ingezonden via info@trotsopflakkee.nl
  2. De tekst van een vervolg mag maximaal 300 woorden bevatten
  3. Het verhaal moet zich afspelen op Goeree-Overflakkee
  4. We willen het leuk houden. Graag fatsoenlijk taalgebruik dus!
  5. Wie het eerst komt, maalt het eerst! Bij gelijktijdige inzendingen maakt de redactie een keuze, waarover niet kan worden gecorrespondeerd.   

Het verhaal:

De verstekeling

Wilfred sprong opgewonden op en neer op het moment dat de eerste koffers op de draaiende bagageband verschenen, alsof het Sinterklaascadeautjes waren. “Daar zijn ze, Mama!” ”Kijk maar of onze koffer er bij is, Wilfred. Grijs met blauwe stickers.” Een eindeloze rij koffers, tassen en pakketten draaide tergend langzaam voorbij. Wilfred keek gespannen toe. Stel je voor dat hun koffer er niet bij zou zijn, en nog in het verre Afrika was blijven liggen. Zijn aandacht werd getrokken door een lichtbruine, linnen tas. “Kijk mama, die tas beweegt.” “Ze bewegen allemaal, Wilfred, dat komt door de band.” “Nee, Mama, hij beweegt echt, ik zag het.” Maar Mama had inmiddels de koffer met blauwe stickers ontdekt. “Daar is onze koffer. Papa heeft hem al gepakt. Kom mee, Opa en Oma wachten op ons!”

Aan het einde van de draaiende band stond Marinus. Zijn stoppelige kin en kromme houding verraadden de lange reis die hij achter de rug had. De vorige dag had hij, in het halfdonker, zijn tas ingepakt en was de terugreis begonnen. De vliegtuigstoel was een luxe vergeleken met de laadbak van de Landrover waarmee hij op het vliegveld van Mozambique was aangekomen. Hij was moe en verreisd, en verlangde maar naar één ding: terug naar Flakkee! Terug naar dat heerlijke, vlakke land, zonder schorpioenen en muskieten, terug naar de akkers, de tulpen en de geurende koffie in de keuken van zijn moeder.

Het weerzien met zijn broer Frans was een geweldig moment. Sneller dan toegestaan reden de mannen in zuidelijke richting. Marinus praatte aan één stuk door. Hij had ook zoveel meegemaakt. Achterin de auto stond de lichtbruine tas. Die bewoog niet meer. Alleen op het moment dat de broers het Hellegatsplein passeerden was er een lichte kronkeling onder het linnen zichtbaar.
(Door: Kees Kuijper)

Deel 2:

Frans was blij dat zijn broer er weer was. “Moeders heeft je gemist” bromde hij ergens tussen de reisverhalen van Marinus door. “Ik heb het hier ook gemist” verzucht Marinus. Hij laat zijn hoofd even tegen het zijraampje zakken en neemt de omgeving in zich op. Het water van het Haringvliet glinstert hem zilvergrijs tegemoet en de schaduwen van de wilde paarden en koeien in het natuurgebied waar ze langs rijden staan er scherp tegen af getekend. “Het doet hier eigenlijk niet onder voor de gebieden waar ik de afgelopen tijd doorheen getrokken ben”, zegt hij met een zucht.

Wilfred is achter in de auto in slaap gevallen. Zijn moeder kijkt glimlachend in de achteruitkijkspiegel. “Dat hebben we mooi voor elkaar gekregen”, zegt ze zacht tegen zichzelf. Ze klopt met haar vrije hand op de kleine koffer van Wilfred die op haar schoot staat. Wilfred heeft er goed voor gezorgd. Ze had er immers zijn knuffel in gestopt en hem op het hart gedrukt de koffer niet meer open te maken voor ze thuis waren. Hij had keurig aan de opdracht voldaan. Straks zal hij zo afgeleid zijn door het weerzien met zijn grootouders, dat hij de koffer vast even vergeet. Wat haar de tijd zal geven om zijn kostbare inhoud ongemerkt te verplaatsen naar een betere bergplaats.

Marinus moeder staat al te wachten in de deuropening van hun ouderlijk huis. Ze veegt haar handen af aan haar schort en als Marinus haar omhelst, ruikt hij de geur van soep en de verse koffie. “Nee, laat die maar aan mij over,” zegt hij, terwijl hij de linnen tas over neemt van Frans. “Cadeautjes?” vraagt zijn moeder met een ondeugende glimlach. “Misschien” lacht hij, terwijl hij snel checkt of de tas nog dicht zit.
(Door: Mariëlle Hermann-Jecsny)